Slappe Nescafé, echt iets voor de president van Mexico

Het was in Mérida dat gepanneerde aubergines voor het eerst mijn pad kruisten. Het was een dag waarop het vijfenveertig graden was geweest en er slechts een licht briesje was komen overwaaien van de Golf van Mexico. We troffen elkaar, de gepanneerde aubergines en ik, in het huis van twee Spaanse zussen. In een volksbuurt van Mérida. Een buurt waarin de mensen s’avonds, als het begint af te koelen, een stoel op straat zetten en elkaar ontmoeten. Op de achtergrond hun gekeuvel. Af en toe een lach. En ook het geratel van het apparaat waarmee de buren verse tortillas maken. Voor kleinschalige verkoop. Van de Spaanse zussen studeert er één voor postmoderne psychotherapeut en is de ander duikinstructrice. Er was ook een vader bij; niet hun vader, maar wel een Spanjaard. Een Bask om precies te zijn. En Basken, zo hadden alle aanwezigen mij verzekerd, die praten de hele tijd over eten.

Mérida

 

 

 

 

 

 

Maar deze keer niet. Vader was net terug van een bijeenkomst over toerisme en een ontmoeting met de president. Deze beheerste onze gesprekken. Ik wilde weten hoe de president zijn koffie dronk. Ik gokte op Nescafé: Een ober, een leeg koffiekopje, een kannetje kokend water, een potje poeder, mengen, roeren en klaar: Slappe Nescafé, echt iets voor de president van Mexico. Verder vroeg ik niks. Ik was met mijn rol als toehoorder meer dan tevreden: Daar zat ik, met mijn benen over de leuning van de stoel, recht onder de plafondventilator die net op zijn hoogste stand was gezet. En ik luisterde; en at met overgave van de gepanneerde aubergines.

Mérida

 

 

 

 

 

 

Er waren ook aardappeltortillas, of tortillas de patatas, dat klinkt tenminste sexy. De beste die men ooit zou kunnen eten. Oma’s recept. Er werd iets verteld over vrijdagavonden in cafés in Baskenland en over schalen vol tortillas de patatas. Er werd verteld hoe snel ze leeg waren en hoe geroutineerd de koks; tortillas de patatas, telkens weer opnieuw. Er werd me uitgelegd hoe ik ze moest maken. Het was iets met veel olie, uien fruiten en misschien de aardappels ook wel. En er waren nog veel meer aanwijzingen, maar de tortillas de patatas van een Baskische oma, daar brand ik mijn vingers niet aan.

Gepanneerde aubergines

1 aubergine
1 ei, losgeklopt, in een schaal
Bloem of volkorenmeel, in een schaal
Olijfolie
Keukenpapier

-Snijd de aubergine en (niet te dunne) plakjes, leg ze in een vergiet en strooi er ruim zout overheen. Laat ze zo een half uur staan. Spoel ze dan schoon met water en kook ze kort, een paar minuutjes. Laat ze afkoelen.
-Verwarm een ruime hoeveelheid olijfolie in een grote koekepan. Haal de plakjes aubergine eerst door het ei en dan door het meel, bak ze aan beide kanten in de olijfolie tot ze een lichtbruin laagje hebben.
-Laat ze uitlekken op keukenpapier en breng op smaak met zout.

Mérida

DSC_8231

Bramen, all over the place

Onze koelkast staat vol met bramen. Als je de deur opentrekt zijn bramen het eerste wat je ziet. Bramen, all over the place.

zihua en bramen 018

 

 

 

 

 

 

Ik kocht ze van een vrouw met mooie lachrimpels op een gezicht dat berglucht uitstraalt; en een dieet van huisgemaakte maistortillas en veel fruit. Ze draagt een blauw schort over haar roze rok en beweegt alsof ze ook een succesvolle ballarina had kunnen zijn. Als ze niet geboren was in die verstopte buurtschap hoog in de bergen vlak naast de Popocatépetl.

Ik kocht ze in drie keer:

Het eerste deel kocht ik midden op een veel te hete dag. Terwijl ik zuchte en steunde en er een straaltje zweet langs mijn arm naar beneden liep zag ik haar lichtvoetig over het dorpsplein lopen. Dansen is eigenlijk een beter woord. Ze hield een lichte rieten man in haar armen. Ik wilde per sé kopen wat ze in haar mandje had; het maakte me niet uit wat het was

Die avond was zo’n avond waarop de mensen pas laat hun huizen uitkomen; als het binnen warmer begint te worden dan buiten. We zaten met veel dorpsgenoten in het café, we genoten van de ventilators aan het plafond. In al haar lichtvoetigheid maakte ze haar opwachting weer. Haar mand was bijna leeg. Daarna zou ze naar huis kunnen. Ik nam nog twee pond van haar over.

Iets later zaten we aan een tafeltje in een barretje toen het bramenvrouwetje weer opdook. In mijn blik moet al iets te zien geweest zijn; vanaf de overkant van de tafel werd me stevig op het hart gedrukt dat we echt geen bramen meer nodig hebben. Het was al te laat, de mand ging leeg.

zihua en bramen 019

 

 

 

 

 

 

Volkoren bramenmuffins

250 gram volkorenmeel
125 gram bruine basterdsuiker
2 tl bakpoeder
1/2 tl zout
2 tl kaneel
snufje nootmuskaat
1 ei, losgeklopt
250 ml (soja)melk
50 ml olijfolie (of gesmolten boter)
250 gram bramen

-Het volkorenmeel, de basterdsuiker, het bakpoeder, zout, kaneel en nootmuskaat in een grote kom door elkaar mengen.
-Het ei, de melk en de olijfolie of boter in een litermaat door elkaar roeren.
-Het melkmengsel aan het meelmengsel toevoegen en roeren tot alles goed is vermengd.
-De bramen door het beslag mengen. Het beslag in een muffinvorm gieten (12 stuks) en in een op 200 graden voorverwarmde oven 20 minuten bakken; tot ze uitgerezen en stevig zijn.

Bron: Atrium vegetarisch kookboek van Sarah Brown

Afleiding

Er moest iets geschreven worden. Er was een deadline. Vandaag. Daarom heb ik me het hele weekend en de vorige week opgesloten op de zesde verdieping van een appartementencomplex in Mexico-Stad. Daar zat ik elke dag aan de linker uithoek van een grote tafel te schrijven.

Met vóór mij mijn venster naar de wereld: een raam dat uitkijkt op andere appartementencomplexen en in de verte een samenklontering van hoogbouw. Daar weer achter de bergrug die voorkomt dat de stad zich nog verder uitbreidt. De appartementencomplexen verraden dat het geen Kerst meer is. Toen het Kerst was zat ik hier ook eens zo te werken, toen zag ik achter alle ramen bomen met lichtjes staan. Nu is het de warmste tijd van het jaar, zijn de ramen opgeschoven, wappert er af en toe een stuk gordijn naar buiten en vliegt er soms een fel gekleurd vogeltje voorbij.

Onder mij speelt het leven van de andere mensen zich af: ik hoor een autodeur dichtslaan. Iemand roepen. Een vrachtwagen achteruit inpakeren. Sirenes. Autoalarmen. Auto’s die van slot gaan. Kerkklokken. Nu begint een kind te huilen; op het voetbalveldje wordt een potje gespeeld. De onderbuurman is aan het klussen. Het lijkt wel of hij altijd aan het klussen is. Ik ken de onderbuurman niet, maar misschien is hij wel autistisch en verbouwd hij zijn huis tot een mini-universum waarvan alleen hij de wetten kent.

Boven mij vliegt af en toe een helicopter over.

Elke middag, rond een uur of drie beginnen de rukwinden. Dan zet ik de ramen open. Dat geeft verlichting, maar de papieren met mijn aantekeningen waaien dan wel weg. Op de begane grond merk je de wind niet goed, maar van waar ik naar de wereld kijk wel: Het gesuis houdt de rest van de middag aan. Af en toe waait ergens een deur dicht. Op het dakterras valt de decoratie om en waait de was weg. Ik vraag me af hoe die rukwinden waren toen de stad er nog niet was, toen deze plek nog vooral water en een bos was. Het is moeilijk voor te stellen, maar soms lukt het. Op sommige plekken, midden in de oase van urbaniatie kan je je opeens voorstellen dat er natuur is. Ook wanneer de elementen van zich laten horen, zoals met deze wind. Dan stel ik me voor dat ik een indiaan ben en naar de wind luister. Je hebt toch wat afleiding nodig als je de hele dag zit te schrijven.

DF

Maar het mooiste wat via mijn venster tot mij komt zijn de zonsondergangen. Gisteren zag ik de zon als een grote rode bal langzaam wegzakken achter die samenklontering van hoogbouw. Ze had een rood-roze gloed om zich heen en toen ze weg was liet ze een kleurenplaat achter waar ik voor naar een museum zou gaan. Dan zegt ze tegen me, de zon: het is goed geweest voor vandaag. Het is tijd om een hapje te koken.

Zoals deze aardappel-wortelsoep met gember en komijn:

-vier middelgrote aardappels, geschild en in kleine blokjes
-drie middelgrote wortels, geschild en in even kleine blokjes
-een stuk verse gember ter grote van anderhalve dobbelsteen tot twee dobbelstenen, geschild en fijngehakt
-twee teentjes knoflook, geschild en fijngehakt
-ongeveer 1 eetlepel korianderzaadjes
-ongeveer 2 theelepels gemalen koriander
-een flinke snuf nootmuskaat
-ongeveer een halve liter groentebouillon
-zout en peper
-olijfolie

-Verhit de olijfolie in een soeppan, voeg de gember en de korianderzaadjes toe en bak op een laag vuurtje. Voeg na ongeveer twee minuten de gember toe en bak ongeveer een minuut door. Voeg dan de specerijen (koriander, nootmuskaat, peper en ook wat zout) toe en verwarm kort.
-Voeg de blokjes aardappel en wortel toe, roer goed om een bak een paar minuten op middelhoog vuur.
-Voeg de groentebouillon toe (tot de groenten grotendeels onderstaan; tot er alleen hier en daar een stuk groente bovenuit komt), breng aan de kook en laat alles doorkoken tot de groenten heel zacht zijn.
-Maal alles glad in een blender of food processor. Giet de soep terug in de pan, houd warm en breng verder op smaak met zout en peper.

Stukjes tijd

Kort geleden hoorde ik Remco Campert zeggen dat hij ervan houdt als zijn afspraken te laat komen. Omdat hij dan een stukje lege tijd heeft. Ik houd daar ook van. Stukjes tijd zoals gisteren, toen ik me zorgvuldig in de leren stoel had genesteld, mijn armen op de leuningen had gelegd en me had gerealiseerd hoe fijn ik daar zat. Toen ik af en toe en slok van mijn muntijsthee nam en vooral om me heen keek.

En zag:

Twee jongetjes, van vijftien en van zeventien, die allebei een keppeltje droegen en waarschijnlijk broers waren, informatie uitwisselden over hun nieuwste I-Phone er steeds een doekje over haalden.

wandeling en chile 006

 

 

 

 

 

 

En zag:

Winkels gespecialiseerd in buitenlands of door religie voorgeschreven voedsel: “Todo lo Americano” en “Wendy’s Panadería Kosher”. Voor Wendy’s stond een hoogzwangere vrouw die ook nog eens een kinderwagen met een al geboren kind heen en weer duwde. Ze keek me aan. Trots op haar kindjes en misschien ook wel op Wendy’s bakkerij. Misschien was zij Wendy wel. Wie zal het zeggen.

En ik zag:

Een gezin binnen komen lopen: Een man die verveeld om zich heen keek en vrouw die zich maar net staande kon houden op die naaldhakken en haar grimassen verborg achter een zonnebril die bijna haar hele gezicht bedekte. Een iets te dik jongetje van een jaar of zes en zijn jongere zusje met een tijgerrokje en een roze t-shirtje die nogal dwingend uitriep dat ze honger had. En ik zag dat ze daarop meteen een zakje M&M’s in haar handen gedrukt kreeg. Van de señora, de nanny, die de enige was die de kinderen lief had. Ik zag hoe moeder zich neer streek op een comfortabele stoel, haar Dior spiegeltje tevoorschijn haalde en haar make-up begon bij te werken. Op mij was deze make-up al aardig bijgewerkt overgekomen. Aan haar handen zag ik dat moeder niet zo jong meer was als ze wilde zijn. Ik zag de man zitten met zijn armen voor zijn borst en zag dat hij ergens aan dacht, maar ik weet niet wat. Misschien wel aan Wendy.

wandeling en chile 010

 

 

 

 

 

 

Ik zag dat de aandacht voor het uiterlijk in de wijk Polanco niet iets van vandaag de dag is. Ik zag een bord dat me aan de jaren zeventig deed denken en waarop nog net “bajar de peso naturalmente” te lezen was; op een natuurlijkde manier gewicht verliezen, wie wil dat nou niet? Ik hoorde veel vrouwen praten over gewicht verliezen, maar ik zag bijna niemand die te dik was.

Toen het drie uur was zag ik heel veel mensen in pakken uit kantoorgebouwen komen en de restaurants volstromen met deze zwarte poppetjes. De poppetjes die rokjes droegen lieten hun veel te dure pizza’s onaangeraakt liggen en knikten instemmend en met rechte ruggetjes naar de poppetjes aan de andere kant van de tafel.

Ik zag dat mijn muntijsthee al lang op was toen ze eraan kwam lopen; bijna niet herkenbaar tussen alle andere zwarte poppetjes. Ik stond op om haar te groeten en kreeg zin in volksvoedsel.

Thuis haalde ik mijn nieuwe ollas de barro  -aardewerk pannen- tevoorschijn en maakte ik chile, en guacamole; die ik at met tortilla’s

wandeling en chile 014

Buren

Ik vroeg haar wat mensen die nu in haar dorp opgroeien moeten missen; iets wat zij wel gehad heeft. Ik dacht dat mijn vraag misschien onduidelijk was, maar ze antwoorden zonder aarzelen. Meteen. Ze zei dat mensen niet meer voor elkaar klaar staan zoals vroeger.

Ze had het over rogge oogsten; van het veld van de ene buurman naar het veld van de andere buurman. Ze had het over het huishouden doen bij de zieke buurvrouw. Ze had het over samen kinderprogramma’s kijken bij die ene buurman die wel een televisie had. Ze had het over buren die belangrijker zijn dan vrienden.

december 2012 149

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Later op de dag zaten we in de tuin en keken naar een voorbijtrekkende stoet mensen. Ze zongen over de geboorte van Jezus Christus. Eén van hen droeg een kruis. Ze wist niet wat die mensen deden en vroeg of het een begrafenis was. Ik keek naar de mensen, het waren er een stuk of tien, en ik zei dat het geen begrafenis kon zijn, want daarvoor loopt de hele buurt uit. Buren zijn belangrijker dan vrienden.

Op een ander moment dronken we margaritas in een bar waarvan alle muren bedekt waren met houten maskers in alle kleuren. De verbladderde houten balkondeuren keken uit op de bergen die in het ondergaande zonlicht langzaam van kleur veranderden. We hadden het over haar ouders en hoe ze elkaar vlak voor de tweede wereldoorlog ontmoetten op een dorpsfeest in de achterhoek. Tot ons gesprek onderbroken werd door fanfaremuziek. Leunend tegen de balkondeuren zagen we een optocht voorbij trekken. Jongetjes waren verkleed als Josef en meisjes als Maria en sommigen waren gewoon fanfareleden of bij de marionettes. Een enkele ezel liep mee, geen van hen opkijkend van het vele vuurwerk. Zeker twintig minuten keken we naar de voorbijtrekkende stoet kleine kinderen, af en toe in bedwang gehouden door de meelopende moeders. Ze vroeg zich af hoe een klein dorp zo’n grote optocht kon organiseren. “Omdat iedereen meedoet” zei ik, want buren zijn belangrijker dan vrienden.

december 2012 140

De hele week deed ik mijn best om haar lekker voor haar te koken, want familie is nog het allerbelangrijkst. Zij vindt dat ook, dus ze zei dat alles even lekker was.

Een greep uit ons eten:

Chile con carne

Voor de saus:
-5 middelgrote tomaten
-1/2 ui, in schil
-2 teentjes knoflook, in schil
-1/2 (of naar smaak) serrano chiliepeper (of een andere verse chilie)
-zout naar smaak

Voor de chile:
-1 shallotje, gesnipperd
-1/2 pasilla chiliepeper (gedroogde chiliepeper, optioneel), geweekt en gesnipperd
-1/2 ancho chiliepeper (gedroogde chiliepeper, optioneel) geweekt en gesnippperd
-2 tl gemalen komijn, droog geroosterd
-2 tl gedroogde oregano
-twee takjes epazote en twee takjes papaloquelite (optioneel, of platte peterselie)
-twee paprika’s, in grove stukken gesneden
-twee grote wortels in stukken gesneden
-300 gram zwarte bonen, gekookt
-400 gram gehakt (of een combinatie van gekookte tarwekorrels en linzen)
-zout

Voor de saus:
Rooster de chiliepeper, de knoflook en de ui in een droge koekenpan, ongeveer 15 minuten op een middelhoog vuur. Af en toe omdraaien. Doe de chiliepeper in een plastic zak en knoop deze dicht. Ontvel de ui en de knoflook en hak de ui grof. Verwijder de kroontjes van de tomaten en hak deze ook grof. Zodra de chiliepeper is afgekoeld kan je het huidje erafhalen. Doe dat en meng daarna alle ingredienten met wat zout in een blender. Zet weg.

Voor de chile:
Braad het gehakt met wat zout in een droge koekenpan tot er geen rode stukjes meer inzitten. Laat uitlekken in een vergiet en zet weg.

Verhit voldoende olijfolie in een sauspan op middelhoog vuur. Verlaag het vuur, voeg de shallot toe en fruit tot het zacht is. Voeg de gedroogde chiliepepers, de komijn, de oregano, de epazote en de papaloquelite toe en verwarm een paar minuten. Voeg dan de wortel en de paprika toe (en eventueel wat extra olijfolie als het mengsel te droog is). Bak de groenten in ongeveer 10 a 15 minuten zacht. Voeg dan de saus toe, breng aan de kook en laat het op een laag vuur ongeveer 30 a 40 minuten doorkoken. Voeg de gekookte bonen en het gehakt toe en laat de saus een nacht of een dag staan om op smaak te komen.

Serveer met gekookte rijst.

december 2012 170

Ik vroeg me af waar hij aan dacht en of ik ook aan God moest denken

Er zit traagheid in alles wat ik doe vandaag. Dat is geen opzet, maar het maakt ook niet uit.

Toen ik wakker was deed de gordijnen open, gaf de hond en de kat te eten en maakte het bed op. Daarna liepen Costeña en ik het dorp in voor een kopje koffie. Onderweg bleef ik hangen bij de kerk en terwijl Costeña door het aangrenzende parkje snuffelde nam ik op een bankje plaats. Meestal ga ik helemaal achterin zitten, op de achterste rij, maar vandaag besloot ik door te lopen tot ergens in het midden. Iets voor mij en aan de andere kant van het gangpad zat een jongeman. Een jaar of dertig. Hij zat een beetje onderuit gezakt en met zijn armen gekruist voor zijn borst. Voor in de kerk waren twee mannen en een vrouw bezig met de versiering voor de Día de la Guadalupe (morgen). Ze probeerden grote Mexicaanse vlaggen op een mooie manier over het altaar te leggen. Ze moesten er even voor weglopen om de bakstenen op te halen die de vlaggen op hun plek moesten houden. De mannen -de ene was rond de zestig en de andere rond de dertig- waren atletisch gebouwd en zagen er gezond uit. Lichamelijk en Geestelijk. Ze klommen met gemak van het altaar af en liepen daarna met gemak van de trap af om door een deur naar een niet openbaar gedeelte van de kerk te verdwijnen. De vrouw had daar meer moeite mee en deed er lang over. Voordat ze door de deur verdween keek ze me even aan. Ik keek daarop naar de jongeman die voor me zat. Hij zat er nog precies hetzelfde bij. Ik vroeg me af waar hij aan dacht en of ik ook aan God moest denken. Door één van de ramen kwam zonlicht naar binnen dat de stofdeeltjes die in de kerk hingen zichtbaar maakte. Ik vroeg mij af hoe je een kerk schoon houdt. Ik keek naar de vloer en die zag er geveegd en gedweild uit, maar die hoge muren, het plafond? De jongen die voor me zat stond op en liep weg. Ik keek nog even naar het grote schilderij van Guadalupe dat midden op het altaar stond waar de Mexicaanse vlaggen nu nog slordig overheen gedrapeerd lagen. Om de lijst was een snoer met knipperende rode lichtjes gespannen. Voor het altaar stonden drie stoelen. Alle drie verschillend. Alsof iemand willekeurig de eerste drie stoelen van een kringloopwinkel had meegenomen. Ik stond ook op en liep naar buiten. Daar stond Costeña beteuterd kijkend te poseren voor een foto. Twee meisjes van een jaar of vijftien gingen met haar op de foto. Costeña houd niet van aandacht van vreemde mensen, maar is ook niet assertief genoeg om er niet aan mee te werken.

Iets verderop in het parkje zat een meisje in schooluniform alleen een ijsje te eten. Ze leek er erg van te genieten.

tisha

 

 

 

 

Later op de dag lag ik op de bank en staarde voor me uit. Ik zag de food processor waar ik net pindakaas in had gemaakt en die ik nog niet had schoongemaakt. De afwas van het ontbijt -een omelet met spinazie en champignons- stond ook nog op het aanrecht. De kat sprong van het bed af en kwam op mijn buik liggen. Ik luisterde. Ik hoorde de buurman zijn stoepje vegen. Ik hoorde een hond blaffen. Een buurvrouw uit een taxi stappen en ‘gracias hey’ zeggen. Ik hoorde kinderen spelen. Ik hoorde kinderen ruzie maken. Ik hoorde een kind huilen en om zijn moeder roepen. Ik hoorde een moeder corrigerend optreden. Ik hoorde de muziek die iemand had opgezet terwijl ze het huis schoonmaakte. Ik hoorde dat er vuurwerk werd afgestoken. Ik hoorde een paard voorbij komen, zijn hoefijzers af en toe wegglijdend over de kinderkopjes. Ik hoorde een auto die niet wilde starten. Ik hoorde Tepoztlán.

Ik wil de afwas doen en alvast wat dingen klaarzetten voor de makkelijke curry met tofu die we vanavond eten, maar ik wil ook wandelen met Costeña en kijken hoe deze dag tot een einde komt, want dagen in Tepoztlán komen, traag maar sensationeel tot een einde.

rivier

 

 

 

 

Makkelijke curry met gemarineerde tofu

-150 tot 200 gram tofu
-1 el sesamolie en extra om in te bakken
-1 el soyasaus
-1 teentje knoflook, gesnipperd
-1/4 ui, fijn gesnipperd

-2 tl currypoeder
-1 tl gemalen koriander
-1/2 tl gemberpoeder
-1 tl gemalen geelwortel

-200 gram sperziebonen, geblancheerd en gehalveerd
-200 gram wortels, in plakjes
-4 el tomatenpuree
-3 el kokosroom

-verse korianderblaadjes

-rijst voor twee personen

-Meng de olie, de soyasaus, de knoflook en de ui in een kom en roer de tofublokjes erdoor. Laat de tofu minstens een uur marineren.

-Kook de rijst.

-Verhit voldoende sesamolie in een pan en bak hierin de sperziebonen en de wortels in ongeveer 10 minuten beetgaar. Vermeng de specerijen en voeg ze toe. Laat ze ongeveer 1 minuut meeverwarmen. Voeg de tomatenpurree toe en laat deze ook ongeveer 1 minuut meeverwarmen. Roer dan de kokosolie erdoor en breng het geheel aan de kook. Laat kort doorkoken en serveer gegarneerd met de korianderblaadjes.

-Bak op het eind, in een paar minuten en op middelhoog vuur de gemarineerde tofu gaar.

Het minste wat ik had kunnen wensen was wereldvrede

Mexico-Stad, 2 November 2012

Ik stond in de supermarkt, de aankoop van een krop sla te overpeinzen.
Naast mij dook een stem op:
‘Hebt u nog dingen te wensen?’
Ik keek op in het gezicht van een toverfee.
Ze stond, net als ik, voorovergebogen over het koelvak; haar bovenlijfje naar het mijne gebogen. Haar roze toverstaf kleurde goed bij haar opbollende rokje van gaas; die op zijn beurt weer wat vreemd afstak bij de spijkerbroek die ze daar onder droeg.
Maar misschien is dat in de mode bij toverfeeën. Dat weet ik niet.

Ik keek naar de kroppen sla in mijn handen.
‘Euhm’.
Ik zag dat er glittertjes op het toverstafje zaten.
‘Euhm, nou..’.
Ik zag verwachting in het gezicht van de toverfee. Verwachting en hoop. En in het koelvak zag ik dat er ook nog rucola was.
‘Nee’ zei ik, ‘Nee. Ik geloof het niet’.
Waarop de toverfee, de verwachting en de hoop verdwenen waren.

Toen ik thuis van de krop sla een salade maakte was ik teleurgesteld over de manier waarop ik de toverfee te woord had gestaan.
Het minste wat ik had kunnen wensen was wereldvrede.